Laatste Besluitenlijst Nederland/Curaçao/SXM 26/3/09

Download This Document (.pdf)



  • Besluitenlijst
    ITC, Willemstad, 26 maart 2009
    De Politieke Stuurgroep Staatkundige Veranderingen
    waarin vertegenwoordigd zijn:
    • Nederland;
    • het Land Nederlandse Antillen;
    • Curaçao en
    • Sint Maarten.
    in aanwezigheid van de delegaties van Bonaire en Sint Eustatius,
    heeft besloten:
    1. Er is kennisgenomen van de rapportage van de voorzitter van het presidium
    verbetertraject politie (bijlage 1&2).
    2. De personele taskforce politie kan worden ingericht. De Nederlandse personele bijstand
    komt ten laste van Nederland.
    3. Het kwaliteitstraject voor de politie kan starten. De inzet van de 15 Nederlandse
    politiemensen vindt plaats in overleg met de werkgroepen van St. Maarten, Curaçao en
    BES. Het presidium beslist indien de vraag van de werkgroepen het aanbod overtreft.
    De kosten van de 15 Nederlandse politiemensen komen ten laste van Nederland.
    4. Er is ingestemd met de nieuwe opzet van het PVNA, waarbij de toekomstige landen
    Curaçao en Sint Maarten, en Nederland voor wat betreft de openbare lichamen Bonaire,
    Saba en Sint Eustatius, hun afzonderlijke plannen kunnen indienen bij USONA na
    fiattering van de Nederlandse coördinator. De samenhang met de lopende projecten
    vanuit PVNA zal hierbij worden getoetst en bewaakt. De coördinator bewaakt aldus die
    samenhang en de voortgang van de diverse plannen.
    5. De Minister van Justitie van de Nederlandse Antillen mandateert het Bestuurscollege
    om in overleg met de coördinator PVNA, volgens de huidige procedure de
    verbetervoorstellen rechtstreeks bij USONA in te dienen.
    6. In de uitvoering van de reeds door USONA goedgekeurde projecten moet recht worden
    gedaan aan de formele verantwoordelijkheid van de Minister van Justitie van de
    Nederlandse Antillen.
    7. Over de voortgang wordt voortaan door de coördinator gerapporteerd aan de Politieke
    Stuurgroep. Hij informeert tevens de Minister van Justitie van de Nederlandse Antillen.
    8. Door middel van betrokkenheid van de toekomstige landen zal zorg worden gedragen
    voor een snelle en spoedige implementatie van de projecten.
    9. Medewerkers van het PVNA zullen in overleg met de toekomstige landen worden
    ingezet in de afzonderlijke verbetertrajecten.
    10. Er is ingestemd met de Onderlinge regeling vreemdelingenketen (bijlage 3). fi:J
    11. Er is ingestemd met het implementatievoorstel voor de Onderlinge regeling Jt- .
    vreemdelingenketen (bijiage 4). óJvLv ~?
    12. Er is ingestemd met uitwerking door de PRRC van de door het Gemeenschappelijk Hof
    voorgestelde financieringsgrondslag in de in de consensusrijkswet Gemeenschappelijk
    Hof voorgeschreven AMvRB.
    13. Er is ingestemd met het voorstel van het Gemeenschappelijk Hof om al te gaan
    proefdraaien met het nieuwe financieringsmodel.
    14. Er is ingestemd met:
    a. de benoeming van kwartiermakers voor de Beheerraad voor het
    Gemeenschappelijk Hof;
    b. de bijgevoegde opdracht voor de kwartiermakers (bijlage 6);
    c. het bijgevoegde tijdpad voor implementatie (bijlage 6).
    15. De politieke stuurgroep constateert dat naar aanleiding van het advies van de Raad van
    State van het Koninkrijk over de consensusrijkswet OM een nader rapport moet worden
    voorbereid waarover overeenstemming tussen Nederland, het Land Nederlandse
    Antillen, Curaçao en Sint Maarten dient te bestaan.
    16. In het voorstel van consensusrijkswet OM worden voor aanbieding aan de
    rijksministerraad uitsluitend de volgende wijzigingen aangebracht:
    Artikel 14 (aanwijzingsbevoegdheid op.Koninkrijksniveau) vervalt. In het nader
    rapport zal mede gelet op het advies van de Raad van State van het Koninkrijk
    worden aangegeven dat de aanwijzingsbevoegdheid op Koninkrijksniveau niet nodig
    is omdat artikel 43, tweede lid, jo. artikel 51 van het Statuut voldoende
    mogelijkheden biedt om in het kader van de waarborgfunctie zo nodig maatregelen
    te treffen.
    Artikel 13 komt te luiden zoals opgenomen in bijlage 7. Dit betekent dat elk van de
    Ministers van Justitie het voornemen in eigen land een bijzondere aanwijzing te
    geven aan de procureur-generaal ter toetsing aan het recht voorlegt aan het Hof.
    Indien het Hof oordeelt dat de voorgenomen aanwijzing in overeenstemming is met
    het recht, kan de minister de bijzondere aanwijzing geven.
    De samenwerking tussen de landen op het terrein van opsporing en vervolging
    wordt versterkt door
    o een voorgeschreven jaarlijks overleg van de Ministers van Justitie van
    Curaçao, Sint Maarten en Nederland en de procureur-generaal waarin
    afspraken worden gemaakt over het opsporings- en vervolgingsbeleid;
    o te bepalen dat de Ministers van Justitie jaarlijks in overleg met de procureurgeneraal
    het beleid afstemmen voor opsporing en vervolging van misdrijven
    die gezien de aard en de frequentie of het georganiseerd verband waarin ze
    worden gepleegd een ernstige inbreuk op de rechtsorde vormen. De
    resultaten van de afstemming worden schriftelijk vastgelegd.
    Hiertoe wordt in het voorstel artikel 37 van bijlage 7 opgenomen (bijlage 7).
    17. De PRRC wordt opgedragen het nader rapport op te stellen, het voorstel van
    consensusrijkswet OM conform besluit nr.16 aan te passen en de memorie van
    toelichting bij het voorstel aan te passen alleen voor zover dat noodzakelijk is als gevolg
    van de aangebrachte wijzigingen. Jrr




0.3784 // 35